Paardensportcentrum De Hondsrug Borger
”logo”

 

De pony's van mevrouw Smeenge

 

7 ColdyColdy (en Jobky) waren de nakomelingen van Witty en Alight. Jobky, de zwarte, was van Witty en Coldy van Alight. Het waren beide merries. Jobky was iets groter en ook iets rustiger dan Coldy. Net als de moeders waren ze ook altijd bij elkaar.

 

 

12 Jobky

Jobky:  Jobky, de zwarte, was een nakomeling van Witty en Coldy van Alight. Het waren beide merries. Jobky was iets groter en ook iets rustiger dan Coldy. Net als de moeders waren ze ook altijd bij elkaar.

 

 

8 Darky

Darky was het maatje van Wapje en even groot. Het was een negatief van Wapje. Darky was volgens mij een New Forest pony. Hij kon heel hard wegspurten en dan opeens rechts of links afslaan; je moest dan goed oppassen om er niet af te vallen.

 

 

9 10 Duke en Blacknight

Duke en Blacknight: deze twee pony’s noem ik bij elkaar, want het was echt een goed span. Het waren allebei New Forestpony’s en ze hadden ook dezelfde maat en dezelfde kleur. Ze kwamen als donkere schimmels - Blacknight heeft die naam niet voor niets gekregen - maar ze werden steeds witter. Bij Blacknight hebben we dit goed kunnen zien, want die bleef lang op de manege. Als span gingen ze mee naar de Nederlandse New Forest show in Aken. Daar kon mevrouw Smeenge Duke en Blacknight voor veel geld verkopen aan een Duitser. “ Kein von der zwei, “ zei ze.

 

 

11 Fritsje

 Fritsje: was de zwartbonte IJslander. Hij was bepaald geen gemakkelijke pony. Hij was laat gecastreerd en had nog sterke hengstenneigingen. In de les kon het wel eens gebeuren dat als iemand dicht achter hem reed, hij zich omdraaide, steigerde en met zijn voorbenen klauwde naar de achterligger. En het maakte hem niets uit of het dan Gelrus was. Bij buitenritten reed hij meestal achteraan. Bokken deed hij ook erg gemeen. Hij kreeg veel ruiters van zijn rug af. Hij had wel een sierlijk en trots gangetje.

 

 

13 Jozef

Jozef: de krachtpatser voor de mestkar. Jozef (ook wel eens door een kind "Christus") genoemd, werd altijd voor de kar gebruikt. Elke morgen reed hij de kleine mestkar naar de mestbult. Jozef liep ook meestal voor de huifkar. Als rijdier was hij niet zo geschikt, want hij kon verschrikkelijk bokken. Bij een rondje door de manegebak, moest je wel rekenen op zo’n 15 bokken.