Paardensportcentrum De Hondsrug Borger
”logo”

 

De paarden van mevrouw Smeenge

 

49 Francois

Francois: een donkerbruine ruin. Hij was er vanaf het prille begin. Hij had een wat houterige beweging en kon soms vervelend schudden met z’n hoofd.

 

 

Gevaarlijk paard. Mevrouw Smeenge had hem gekocht van Tammo Mellema en later ook weer aan hem verkocht. Was ongeschikt voor manegewerk, onbetrouwbaar,bijten, slaan, nukkig. Tammo reed hem later weer in concoursen.

 

 

50 Freiherr

Freiherr: was een Trakhener ruin. Een van de beste paarden van stal. Hij kon goed springen. Hij had vaak wel zijn neusje naar voren staan. In de omgang was het een gemakkelijk en lief dier.

 

 

51 Gelrus

Gelrus: was de grootste van alle paarden op de manege en van het Gelderse ras. Een braaf en rustig paard, geschikt voor grote mannen.

Hij stond in de stal altijd naast Smokey en werd ook vaak gebruikt voor de kar. Gelrus trok de grote mestkar, een driewieler die moeilijk te besturen was en waarop de enige rem het menselijke been van de koetsier was. Gelrus liep een beetje scheef tussen strengen. Altijd spannend.

 

 

52 Hamed

Hamed: het paard van Sinterklaas. Daarvoor had hij dan ook zijn kwaliteiten. Hij was rustig en vrij groot en was natuurlijk een schimmel. Hij had net als Amerigo van die appeltjes op de kont. Hij begon op de manege als een donkere schimmel en werd steeds lichter. Het was niet alleen het paard van Sinterklaas, maar ook tandarts Dijkstra reed altijd op hem.

 

 

53 Jacky

Jacky: een vrij klein, maar temperamentvol schimmeltje en een fanatiek beestje. Was in de crossen haast niet te houden, maar eenmaal onder controle won hij diverse prijzen, o.a. tweemaal in Norg. Een keer ging hij in Havelte midden in de waterpartij helemaal over de kop.

 

 

Juncker: was het maatje van Orlof en kwam tegelijkertijd met hem uit Polen. Hij was een bruine ruin. Veel minder rebels dan Orlof , maar vooral op stal moest je met hem oppassen, want hij had zo zijn nukken. Hij stond dus ook in de stal naast Orlof.

 

 

54 Kally

Kally: een bruine Oldenburger Arabier. Het was een nerveus beestje. Hij was snel, maar kon absoluut niet springen. Hij was enorm geschikt voor terreinritten en niet voor de cross. In die ritten moest je er alleen maar voor zorgen dat je goed stuurde en af en toe een beetje bijremde. De rest ging vanzelf. Ah ja, bij de start moest je oppassen dat je geen valse start maakte, want bij het aftellen wilde Kally al vertrekken bij de 3- in plaats van 0-start.

 

 

55 Knud

Knud is genoemd naar de Noorse schaatser Knut Johannson. Hij was een Knabstrupper, een Deens ras. Hij kwam uit Denemarken samen met zeven rasgenoten, die door circus Toni Boltini waren gekocht. Knud was een alleskunner en had vooral een snelle draf. Bij een snelheidswedstrijd voor arresleden in het Stadspark liep hij er dravers uit. Knud was een populair paard op stal. Zijn mooie zwarte stipjes werkten hier duidelijk aan mee. Hij leek op het paard van Pipi Langkous.